RIVM waarschuwt: bronkwaliteit onder druk

Het RIVM signaleert dat er in Nederlandse oppervlaktewateren steeds meer opkomende chemische stoffen worden aangetroffen. Dat blijkt uit een recente risicobeoordeling over de periode 2017–2020, waarover ook de NOS berichtte. Deze ontwikkeling is relevant, omdat ongeveer één derde van het Nederlandse drinkwater wordt geproduceerd uit oppervlaktewater.

Opkomende stoffen zijn chemische stoffen waarvoor (nog) geen vaste milieunorm bestaat, maar die wel steeds vaker worden gemeten. Denk hierbij aan industriële stoffen, medicijnresten en bepaalde PFAS-verbindingen.


Wat heeft het RIVM onderzocht?

Het RIVM beoordeelde 65 stoffen die in oppervlaktewater werden gemeten boven de signaleringswaarde van 0,1 µg/L.
Deze signaleringswaarde is geen gezondheidsnorm, maar een waarschuwingsdrempel: als deze structureel wordt overschreden, moet worden onderzocht of de stof een risico kan vormen voor drinkwaterwinning.

Voor elke stof is gekeken naar:

  1. de mate waarin deze wordt verwijderd met een eenvoudige drinkwaterzuivering

  2. de beschikbare drinkwaterrichtwaarden of normen

  3. mogelijke overschrijdingen en risico’s


Vijf stoffen geven aanleiding tot zorg

Van de 65 onderzochte stoffen concludeert het RIVM dat vijf stoffen in sommige waterbronnen in te hoge concentraties voorkomen om met een eenvoudige zuivering veilig drinkwater te kunnen maken:

  • bromaat

  • dibroomazijnzuur

  • lithium

  • N,N-dimethylsulfamide

  • trichloorazijnzuur

Dit is volgens het RIVM niet in lijn met de Europese Kaderrichtlijn Water, die stelt dat waterbronnen zó schoon moeten zijn dat slechts een beperkte zuiveringsinspanning nodig is.

Het RIVM benadrukt daarbij dat drinkwaterbedrijven in de praktijk vaak meer doen dan een eenvoudige zuivering, maar dat dit geen structurele oplossing is voor verslechterende bronkwaliteit.


Beperkte werking van standaard zuiveringstechnieken

In het rapport is ook gekeken naar de effectiviteit van gangbare zuiveringstechnieken, zoals:

  • coagulatie en zandfiltratie

  • actieve kool

  • UV-desinfectie

Hieruit blijkt dat:

  • slechts een beperkt deel van de stoffen goed wordt verwijderd

  • veel stoffen matig tot slecht verwijderbaar zijn

  • mobiele en persistente stoffen, waaronder bepaalde PFAS-verbindingen, lastig te verwijderen blijven

Voor lange-keten PFAS kan actieve kool in sommige gevallen redelijk tot goed werken.
Voor korte-keten PFAS en TFA (trifluorazijnzuur) is de werking echter beperkt tot afwezig.


Toenemende druk op waterkwaliteit

Het RIVM ziet dat de concentraties van opkomende stoffen in oppervlaktewater toenemen ten opzichte van eerdere meetperioden. Dat betekent dat waterbronnen structureel onder druk staan.

Daarom adviseert het RIVM:

  • meer aandacht voor bronbescherming

  • het terugdringen van lozingen en emissies

  • blijvende monitoring van stoffen waarvoor nog weinig data beschikbaar is


Wat betekent dit voor drinkwater?

Het RIVM geeft aan dat het onderzoek zich richt op oppervlaktewater als bron, niet op het kraanwater zelf. Nederlands drinkwater voldoet aan de wettelijke eisen, maar de trend laat zien dat de zuiveringsopgave steeds complexer wordt.

Dit onderstreept het belang van:

  • transparantie over waterkwaliteit

  • inzicht in de totale belasting van stoffen

  • aandacht voor stoffen die niet volledig door standaardzuivering worden verwijderd


Conclusie

Het RIVM-rapport en de berichtgeving van de NOS laten zien dat de kwaliteit van oppervlaktewater in Nederland onder toenemende druk staat. Niet alle stoffen die worden aangetroffen, zijn eenvoudig te verwijderen, en voor sommige stoffen is aanvullende actie nodig.

Een duurzame drinkwatervoorziening begint daarom bij schone bronnen, gecombineerd met passende zuivering en heldere informatievoorziening.

https://nos.nl/artikel/2601747-rivm-ziet-meer-nieuwe-chemische-stoffen-in-water-en-wil-actie